Verslavingsarts (i.o.) bij Mondriaan: “Er valt nog zóveel te halen binnen de verslavingsgeneeskunde, des te leuker en interessanter dit vakgebied.”

“Basisarts in de verslavingszorg, wil je het proberen?” vroeg het detacheringsbureau. Ik wist nul van verslavingszorg dus het kwam voor mij redelijk out of the blue”, vertelt Julia Deuss, verslavingsarts in opleiding bij Mondriaan. “Tijdens mijn studie kwam verslavingszorg nauwelijks voorbij. Dat het een vak apart is binnen de Geneeskunde en dat er verslavingsartsen bestaan, ik had eigenlijk geen idee. Na wat meer tekst en uitleg zei ik: Waarom ook niet?”

“Ik was nieuwsgierig geworden. Juíst dat ik er niets van wist maakte het des te interessanter voor me. Ook leek het mij een uitdaging dat in de verslavingszorg zowel de psychiatrie, het somatische én het sociaal maatschappelijke samenvalt. Een heel generalistisch vak maar toch óók specialist zijn op een vakgebied. Daar wilde ik wel meer van weten.”

Onverwachte richting
Na het behalen van haar bachelor Biomedische Wetenschappen nam Julia een tussenjaar, dit werd ingevuld met een druk bestuursjaar bij een studentenvereniging in Maastricht. Ondertussen dacht ze ook na over de toekomst. Julia: “Mijn keuze voor Biomedische wetenschappen was echt een eerste keuze. Wat mij zo aantrok in deze studie was het fundamentele, de basiswetenschappen, terug naar de cel. Ik noem het ook wel ‘hardcore biologie’. Toch merkte ik tijdens mijn studie steeds meer dat ik het menselijke aspect miste, sociale interactie. Van alleen maar onderzoek doen in een lab zou ik niet gelukkig worden, hoe interessant ook. Ik ben een sociaal dier, meer een klinisch onderzoeker. De combinatie arts/onderzoeker paste mij gewoon beter dus ging ik voor de vierjarige master Arts-Klinisch Onderzoek (A-KO). Binnen deze master loop je net als ieder andere geneeskundestudent de reguliere coschappen maar is er ook meer focus op onderzoek.”

“Na mijn master had ik niet echt een gedegen plan waarin ik verder zou willen. Even niks, behalve op vakantie gaan. Daarna zou ik wel verder kijken. Ik was benieuwd hoe me dat zou bevallen, ik ben nogal een bezige bij. Het gaat vast snel vervelen, dacht ik. Maar van vervelen kwam het niet. Uiteindelijk zette ik de stap richting een carrièrebeurs om verder te kijken, financieel houdt het toch een keer op na je studie. Daar had ik dus dat gesprek met een detacheringsbureau. ‘Basisarts in een verpleeghuis of in de psychiatrie’, gaf ik op als voorkeur. De psychiatrie had zeker ook mijn interesse, ik deed er tijdens mijn coschappen ervaring in op. Maar eigenlijk maakte het me niet zo heel veel uit, je moet ergens beginnen als arts en dat was dan ook mijn doel. Je moet leren omgaan met verantwoordelijkheid, met alles wat je níet leert tijdens je coschappen en opleiding. Dat is al een ervaring op zich.”

Het balletje ging rollen en niet veel later vond het detacheringsbureau werk voor haar. In een onverwachte richting: de verslavingszorg.

Fijne klik
“Vanaf moment één voelde ik een fijne klik bij Mondriaan, zowel met mijn collega’s als met patiënten. Ik liep een tijdje mee met een verpleegkundig specialist, zij leerde mij veel over de verslavingszorg en over het werk van een basisarts in de verslavingszorg. Dat was heel waardevol. Vervolgens ging ik zelf aan de slag binnen het opiaatprogramma. Patiënten die in het verleden afhankelijk waren van heroïne komen hier o.a. voor methadon substitutietherapie. Ik had geen eigen caseload maar deed intakes, paste doseringen aan en zag patiënten jaarlijks bij screenings en evaluatiemomenten. Natuurlijk was het even zoeken in het begin maar eigenlijk liep het allemaal vanzelf. Het contact met patiënten was meteen goed en op de achtergrond was er altijd het team of mijn supervisor voor overleg of hulp. Echt een samenwerking. Wat ik bij verslavingszorg  zo prettig vind, is dat patiënten heel open zijn. We communiceren veel meer vanuit motiverende gesprekstechnieken, dat is men niet altijd gewend binnen de medische hulpverlening. Maar het is zo veel meer persoonlijker en vooral meer luisterend. Wat zegt iemand nou eigenlijk? Wat betekent dat? Wat zit daarachter? Het verandert je gesprekken aanzienlijk waardoor je ook sneller een stap verder komt in het motiveren van de patiënt om stappen te zetten.”

Sprong in het diepe
“Als ik nu terugkijk kan ik alleen maar zeggen dat het me heel goed is bevallen, mijn sprong in het diepe bij Mondriaan. Ik kan het iedereen aanraden! Niet gek dus dat ik nu ook met veel plezier de opleiding tot verslavingsarts volg. Door mijn stages op allerlei verschillende plekken heb ik de verslavingszorg steeds beter leren kennen. Het blijft me boeien. Ik herinner me bijvoorbeeld hoe indrukwekkend het was om op de Detox-afdeling te zien dat iemand volledig onder invloed binnenkomt en dan binnen twee weken een turn maakt van 180 graden. Dat er dan een totaal ander persoon tegenover je zit. Heel mooi om te zien. Uiteraard is er ook die andere kant, dat je iemand bij wijze van spreken voor de 25ste keer ziet terugkomen.”

“Ik denk dat we als artsen überhaupt veel breder moeten kijken, niet alleen naar het eigen medische stuk.”

 

‘Stop met je heroïnegebruik’
“Het complexe van deze doelgroep maakt de verslavingszorg zo interessant. Dat je als arts niet alleen naar het medische stuk of het middelengebruik kijkt maar naar al die verschillende levensgebieden. Je kunt niet tegen een patiënt zeggen: ‘stop met je heroïnegebruik’ als iemand geen dak boven zijn hoofd heeft. Hoe gaat hij dat voor elkaar krijgen? En aan je gezondheid kun je niet werken als je de financiën niet hebt om gezond eten te kopen of geen fornuis hebt om het klaar te maken. Ook als arts houd je daar rekening mee. Dat soort zaken moeten eerst in orde zijn of in ieder geval stapjes in die richting. Bij de intake indiceren wij: Wat moet er allemaal gebeuren om stappen verder te komen en heeft een patiënt zelf het vermogen om dit goed te begrijpen? De tools in huis om eraan te werken? Dit speelt misschien iets meer binnen de verslavingszorg maar ik denk dat we als artsen überhaupt veel breder moeten kijken, niet alleen naar het eigen medische stuk.”

Raakvlakken
“Het is geen keuze, verslaving, het is een ziektebeeld. Net als ieder ander psychiatrisch ziektebeeld. Je kunt het niet los zien van de psychiatrie, het is er een onderdeel van. Dat besef is er jammer genoeg (nog) niet bij iedereen en ik loop wel eens tegen vooroordelen aan. Hierin heb je als arts een rol. Je bespreekt het met andere hulpverleners en instanties en je zorgt er bijvoorbeeld voor dat een patiënt daar op een afspraak ook verschijnt. Opkomen voor de patiënt hoort er bij. In mijn eigen kring van oud studiegenoten en collega-(huis)artsen merk ik vaak dat ze aan mijn lippen hangen als het over mijn werk gaat. Men kent de verslavingszorg gewoon niet goed en dat maakt heel nieuwsgierig. Het grappige is dat als je dan samen doorpraat, je bespreekt bijvoorbeeld casuïstiek, iedere keer weer blijkt hoeveel raakvlakken het heeft met andere vakgebieden. Daar kijkt men soms verbaasd van op. Maar ja, patiënten die de huisarts ziet, komen ook in mijn spreekkamer en vice versa.

Dat het een nog redelijk onbekend terrein binnen de Geneeskunde is, de verslavingszorg, maakt dat er nog veel te ontdekken en door te ontwikkelen is’, zegt Julia afsluitend. “Ik kijk daar zeker naar uit!”

Geïnteresseerd in het werken in de verslavingszorg? We hebben interessante vacatures, bijvoorbeeld voor een behandelaar/casemanager, GZ-psycholoog en psychiater. Je vindt ze op: werkenbijmondriaan.nl